Als geen ander
Herfstbladeren zweven op het ruizen van de wind
een storm is losgebarsten de bliksem voelbaar
net als koude druppels op een ontblote huid
en geloof me toveren is niet meer nodig bij verdriet
Zou het te overzien zijn, nog te volgen daarboven
waar vleugels wijder spreiden het leven doorschijnen
het terugkeren onmogelijk is achter een ijzer gordijn ‘
en toch hoop ik dat jouw magie niet meegestorven is
Dus vraag ik misschien weer eens het onmogelijke
en ergens weet ik van binnen dat het niet te helen is
maar mijn geloof in wonderen is nog niet afgenomen
waar mijn handen dichtvouwen schreeuwt het gebed
De kou is ingeslagen, en de warmte is weggeëbd
en om wat? niets moet belangrijker zijn
en toch zweven de meeuwen hun eigen eenzame weg
jou vliegend tegemoet waar armen open staan
Hun witte veren dwarrelen als sneeuw naar beneden
waar meerdere harten als één echo bleven kloppen
bonkt er één een ander ritme, maar grijpt jouw handen
net zo stevig vast als een ieder ander.Patricia du Prée







