Er was eens… Een sprookje!(kort verhaal)
| |
| Er was eens een hechte familie die eigenlijk heel gezegend was. Maar beseften ze dat wel tussen de alledaagse dingen die om hun heen gebeurden. Oh, natuurlijk maakten ze ook wel strubbelingen mee, zoals in ieder gezin, maar het geluk lachte hen toe, omdat ze samen waren. Toch was het ongezien anders, de familieband kon eigenlijk nog hechter. Zeus; de oppergod zag meer dan hij liefhad. We namen het voor normaal aan, vonden het gewoon. ‘Ons geluk hing aan een zijden draadje?’ Op een dag riep Zeus zijn dochter Artemis bij zich en vroeg haar om ons in onze diepe rust toe te spreken Er moest een offer worden gegeven om ons als familie te doen beseffen hoe belangrijk het geluk wel niet kan zijn en dat je dat niet voor vanzelfsprekend aan kunt nemen. Artemis kon meedogenloos zijn in haar beslissingen maar toch rechtvaardig. Vader en moeder zweefden ze voorbij, ‘zij zijn immers de spil van de familie en die wilde Zeus niet breken.’ Dus ging ze naar de oudste zoon en fluisterde in zijn oor terwijl hij in diepe slaap was: “Ben jij bereid je als offer te geven of wil je nog meer halen uit dit leven?” Waarop de oudste zoon zei: “Ze kunnen niet zonder mij. Ik ben in sommige tijden een rots, een steunpilaar, nee, ik ben met dit leven nog niet klaar!” Artemis keek terug in zijn jonge leven en zag in hem de waarheid: En haar glimlach sprak: “Ja…, deze man spreekt met zijn hart.” Ze vervolgde haar weg tussen de zwarte wolken naar het huis van de oudste dochter van het gezin. En ze fluisterde weer dezelfde woorden in: “Ben jij bereid je als offer te geven, of wil je nog meer betekenen in dit leven.” Waarna de oudste zus zei: “Ik zou onder het gezicht van mijn kinderen breken, nee, ze zijn mijn armen nog niet ontgroeit. Dus zal ik U smeken.” Ook hier keek Artemis met een glimlach op terug en met een knikje zweefde ze weer verder door de gitzwarte lucht alwaar Zeus zijn adem door de hemel liet blazen. De tijd begon te dringen, hij liet zijn winden razen. Aangekomen bij de middenmoot van de familie, ging zij rustig zitten en ademde diep in. Ze aanschouwde en zag, dit is de lach van het gezin. Ook zij zou met warme armen breken als zij kinderen zag smeken, dus Artemis vervolgde weer haar pad En kwam aan bij de jongste zoon. ‘Een man als in een droom! Zacht, sterk, de goedheid zelf, maar het geluk was niet bij hem, dat voelde ze al snel aan.’ Ze streelde met haar lippen langs zijn voorhoofd en fluisterde…; “Ben jij bereid je als offer te geven, of wil je nog meer betekenen in dit leven.” Waarna de jongste zoon vroeg: “Voor wie moet ik dit offer geven?” Artemis zuchtte diep en zei: “Voor hen die je zo liefhebt in dit leven?” De jongste zoon zuchtte zo diep en onbaatzuchtig als hij zijn kon, en leefde zijn verdriet in duizend woorden en daar zag ze eigenlijk in zijn ogen het antwoord al… “Ja,” zei de jongste zoon, “neem mij maar weg uit dit leven, als het hen voorspoed en geluk zal geven.” Artemis pakte zijn hand en sprak: “Het zal hen laten beseffen hoe dierbaar ze voor elkaar moeten zijn, en dat zij alles niet voor vanzelfsprekend aan moeten nemen, dat je geluk kunt nemen maar ook moet geven.” Artemis zag zoveel liefde en goedheid in deze mooie man, dat ze hem niet alles af wilde nemen. Zijn kinderen - in de vorm van twee lieve honden zouden hem vergezellen in het hemelrijk van de goden. De jongste zoon knikte en in de armen van de wind werd hij uit dit leven getild. Zijn gedachten dwaalden naar zijn jongste zusje, zo pril nog, zo jong en zij moet nog beginnen met leven… Ja, het was goed zo. Het werd windstil en zijn hemeltranen huilden zachtjes op de aarde neer. | |
| Patricia du Prée | 20 maart 2006 | |






heb tranen in mijn ogen